vertical_align_top

Een jaar geleden ben ik met haar in gesprek gegaan over het verloop van het budgetbeheer. Hoewel er geen schulden worden gemaakt, kijkt ze nauwelijks om naar haar post en lukt het haar niet om een stabiel uitgavepatroon te hebben. Ondanks allerlei tegenargumenten en veel weerstand stemde ze uiteindelijk in met een gesprek met een bewindvoerder. Maar.. ‘ik ga alleen in gesprek’, zei ze. Ze kwam op de afspraak en we zijn in gesprek gegaan. ‘Ik doe het alleen voor jou’, zei ze nog toen ze de trap op kwam.

Ondanks haar huidige leven vol verslaving, onrust en lichamelijke klachten, was haar grootste moeite dat ze een stukje zelfstandigheid zou opgeven. We praatten hier over door, zagen iets van haar vechtlust en de wil om er weer ‘bovenop te komen’. Maar legden ook uit dat er rust zou komen als ze zich niet meer druk zou hoeven maken over haar administratie. En dat leek haar in het gesprek rust te geven. Zonder de papieren inhoudelijk te lezen, zette ze haar handtekening: ‘die man – de bewindvoerder – is wel oké’, zei ze en vrijwel direct verliet ze de spreekkamer. We zijn er nog niet, maar zo komen we steeds weer een stapje verder. En wat is het dan mooi dat een cliënt ook durft te geloven dat je niet zomaar iets verzint, maar samen met haar wil zoeken naar wat haar nu verder helpt.